Annotaties OR 2013-0381

A. Schaberg | 26-03-2020

In een arbeidsrechtelijk kwestie (M-2019-18) waren er twee


Download pdf

Lees ook de rechtspraak: Gerechtshof Amsterdam 08-01-2013, (HBV/X)


In een arbeidsrechtelijk kwestie (M-2019-18) waren er twee

Ik bespreek hier alleen de drie meest verstrekkende klachten van klaagster. Deze klachten kwamen er in de kern op neer dat de mediation niet op een voor klaagster veilige en vertrouwde manier had plaats gevonden. Juist omdat het hier om pestgedrag op de werkvloer ging, klaagster 15 jaar werkzaam was bij haar werkgever en gedeeltelijk arbeidsongeschikt thuis was en daarom in een kwetsbare positie verkeerde, was het voor de Tuchtcommissie van doorslaggevend belang dat de mediator vanaf het begin van de mediation een strakke regie voerde en strikt toezag op naleving van de afgesproken geheimhouding. Op enig moment had één van de bij de mediation betrokken collega’s een e-mail met daarin een klacht over het gedrag van klaagster aan de mediator gestuurd met een CC aan de afdeling HR en aan de leidinggevende van klaagster. De mediator had toen volgens de Tuchtcommissie direct moeten ingrijpen, en niet moeten wachten tot de eerstvolgende mediationbijeenkomst om de schending van de geheimhouding te bespreken. Daarmee schond de mediator gedragsregel 6.1: het zoveel mogelijk waarborgen van de vertrouwelijkheid. Ook schond de mediator gedragsregel 8 door buiten medeweten en zonder toestemming van klaagster op verzoek van de niet bij de mediation betrokken collega contact te zoeken met haar leidinggevende. Het feit dat zij dit met de beste bedoelingen had gedaan, doet hieraan niet af, aldus de Tuchtcommissie. Overigens had zij die collega en de desbetreffende leidinggevende eerst een geheimhoudingsverklaring moeten laten tekenen. Door over dit contact ook niet open en duidelijk te zijn geweest richting klaagster, schond de mediator bovendien gedragsregel 2 (transparantie). De Tuchtcommissie legde de maatregel van een waarschuwing op. Niet een zwaardere maatregel, omdat de mediator tijdens de tuchtrechtelijke procedure liet blijken dat zij zich ervan bewust was dat zij doortastender had moeten optreden en had aangegeven dat zij op deze kwestie had gereflecteerd voor toekomstige situaties, aldus de Tuchtcommissie. Het lijkt alsof de Tuchtcommissie wil zeggen: hoe kwetsbaarder de positie van een partij is, hoe minder vrijheid de mediator heeft om de gedragsregels ruim(er) te interpreteren, dan wel minder nauwgezet na te leven. Daar valt wel wat voor te zeggen. Hoe professioneler partijen zijn, hoe beter zij ook voor hun eigen belangen kunnen opkomen en op gelijke termen met elkaar èn met de mediator weten te verkeren.