Update
Geachte mevrouw/heer,
Bijgaand treft u een nieuwe OR Update aan.
Rechtspraak
In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de rechtspraak die sinds de vorige nieuwsbrief op www.or-updates.nl is gepubliceerd.
Onderaan deze mail vindt u handige linkjes met weekoverzichten per instantie en kunt u de pdf met alle nieuw toegevoegde samenvattingen van ondernemingsrechtelijke uitspraken vanaf de website downloaden.
Wij lichten de volgende uitspraken hier voor u uit:
Hoge Raad 27 maart 2026, OR-2026-0097, Cassatieberoep inzake herroeping beschikking doeluitbreiding ex artikel 2:294 BW
De Hoge Raad verduidelijkt in dit arrest, dat is samengevat door Abdessamad El Allaoui, wanneer een partij als belanghebbende moet worden aangemerkt in een procedure tot wijziging van de statuten van een stichting (ex art. 2:294 BW). Centraal staat de vraag of een kerkgenootschap en zijn bestuurder kunnen opkomen tegen een eerder toegewezen verzoek tot verruiming van de doelomschrijving van een stichting die het vermogen van een ontbonden kerkgenootschap beheert. De rechtbank oordeelt in eerste aanleg dat zij geen belanghebbenden zijn en wijst hun verzoek tot herroeping van de eerdere beschikking af. De Hoge Raad vernietigt die beslissing. Gelet op hun langdurige betrokkenheid bij de religieuze gemeenschap, hun aanspraken op financiële ondersteuning door de stichting en hun inspanningen om de leer van het ontbonden kerkgenootschap voort te zetten, heeft de rechtbank naar het oordeel van de Hoge Raad ofwel onvoldoende gemotiveerd waarom, ofwel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dat geen sprake zou zijn van een voldoende nauwe betrokkenheid bij het doeluitbreidingsverzoek.
Gerechtshof Amsterdam 10 april 2026, OR-2026-0085, Bekrachtiging ontslag bestuurders stichting en bekrachtiging afwijzing verzoek tot wijziging statuten. Met wenk.
Een familiegebonden STAK-structuur raakt in een diepe impasse binnen het bestuur door ernstige meningsverschillen tussen de bestuurders, wat leidt tot een reeks juridische procedures, waaronder een enquêteprocedure bij de OK. Zowel de rechtbank als het hof concluderen dat het gehele bestuur collectief tekortschiet en ontslaan alle bestuurders op grond van artikel 2:298 lid 1 BW. Een bestuursverbod wordt niet opgelegd omdat het verwijt onvoldoende ernstig is. Het verzoek tot statutenwijziging wordt afgewezen. Een beroep op schending van het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM) faalt, omdat de beperkte rechtspositie van certificaathouders inherent is aan de gekozen structuur. Het hof benoemt een vervangende bestuurder en verklaart die benoeming uitvoerbaar bij voorraad. De samenvatting is van de hand van Corné Stukker die in een wenk tevens ingaat op het belang van de uitspraak voor de praktijk.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2026, OR 2026-0093, Ondanks verwatering verpande aandelen MID Healthcare geen bestuurdersaansprakelijkheid
In deze zaak, samengevat door Mart Goudzwaard, staat een vordering centraal van een leningverstrekker en pandhouder tegen de bestuurder van de stichting die aandelen houdt en diens vennootschap tot schadevergoeding wegens verwatering van verpande aandelen. In hoger beroep staat vast dat de verwatering onrechtmatig is, maar het hof oordeelt na deskundigenonderzoek dat er geen schade is omdat de waarde van de aandelen al voor de verwatering nihil was. Het hof bekrachtigt de afwijzing van de schadevordering.
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam 19 maart 2026, OR-2026-0092, Enquête Emberock N.V.
Seven en HY houden ieder 50% van de aandelen in de Nederlandse houdstervennootschap Emberock, die indirect via de Engelse vennootschap OzGen een belang houdt in de Australische energieonderneming Genuity. De aandeelhoudersovereenkomst op het niveau van OzGen voorziet in vergaande goedkeuringsrechten, maar deze zijn niet verankerd in de statuten van Genuity. Het bestuur van Genuity neemt inmiddels ingrijpende besluiten zonder voorafgaande aandeelhoudersgoedkeuring te vragen. Seven wil dat Emberock haar zeggenschapsrechten aanwendt om deze governance-afspraken alsnog te effectueren. De HY-bestuurder van Emberock weigert hieraan mee te werken. De OK oordeelt in deze beschikking, die is samengevat door Rens van den Nieuwenhuijsen, dat dit gegronde redenen oplevert om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Emberock, gelast een onderzoek en treft onmiddellijke voorzieningen.
Onze zoekfunctie
Wist u dat OR Updates uit meer bestaat dan deze nieuwsbrief?
Onze website biedt u bijvoorbeeld de mogelijkheid om op doeltreffende wijze de database te doorzoeken, zodat u de voor u relevante uitspraken kunt vinden. Zo kunt u bijvoorbeeld zoeken op onderwerp, instantie of uitspraakdatum.
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de ondernemingsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar or-updates@budh.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Karel Boonzaaijer, Evert Leemreis en Emmanuel Lokin
Hoofdredactie OR Updates
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Amsterdam Een trustbestuurder is aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW voor het onbetaald laten van een belastingschuld, terwijl via de vennootschap USD 200 miljoen is weggesluisd. Een beroep op verleende decharge is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het hof matigt de aansprakelijkheid fors, onder meer vanwege de geringe beloning van de bestuurder en het ontbreken van persoonlijk voordeel. Overigens heeft de bestuurder tegenover het FD (8 juni 2026, p. 8) verklaard dat ‘de Russen’ die ‘achter de vennootschap zaten’ hem hebben gevrijwaard. De trustbestuurder: ‘Die lachen zich – plat gezegd – toch de ballen uit de broek? Die hebben tweehonderd miljoen uit de tent gehaald en nu moeten ze een paar ton betalen in Nederland. Die trekken de champagne open, en ik heb de spijkers uit het vuur gehaald.’ 12-05-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De curator stelt de voormalig bestuurder van een failliete bv op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk voor het boedeltekort wegens schending van de administratieplicht. De rechtbank heeft die vordering toegewezen en het hof bekrachtigt dat vonnis. 21-04-2026
- Gerechtshof Amsterdam Een familiegebonden STAK-structuur raakt in een diepe impasse binnen het bestuur door ernstige meningsverschillen tussen de bestuurders, wat leidt tot een reeks juridische procedures, waaronder een enquêteprocedure bij de OK. Zowel de rechtbank als het hof concluderen dat het gehele bestuur collectief tekortschiet en ontslaan alle bestuurders op grond van artikel 2:298 lid 1 BW. Een bestuursverbod wordt niet opgelegd omdat het verwijt onvoldoende ernstig is. Het verzoek tot statutenwijziging wordt afgewezen. Een beroep op schending van het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM) faalt, omdat de beperkte rechtspositie van certificaathouders inherent is aan de gekozen structuur. Het hof benoemt een vervangende bestuurder en verklaart die benoeming uitvoerbaar bij voorraad. Met wenk. 10-04-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden In deze zaak staat een vordering centraal van een leningverstrekker en pandhouder tegen de bestuurder van de stichting die aandelen houdt en diens vennootschap tot schadevergoeding wegens verwatering van verpande aandelen. In hoger beroep staat vast dat de verwatering onrechtmatig is, maar het hof oordeelt na deskundigenonderzoek dat er geen schade is omdat de waarde van de aandelen al voor de verwatering nihil was. Het hof bekrachtigt de afwijzing van de schadevordering. 31-03-2026
- Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam OK; enquête. Seven en HY houden ieder 50% van de aandelen in de Nederlandse houdstervennootschap Emberock, die indirect via de Engelse vennootschap OzGen een belang houdt in de Australische energieonderneming Genuity. De aandeelhoudersovereenkomst op het niveau van OzGen voorziet in vergaande goedkeuringsrechten, maar deze zijn niet verankerd in de statuten van Genuity. Het bestuur van Genuity neemt inmiddels ingrijpende besluiten zonder voorafgaande aandeelhoudersgoedkeuring te vragen. Seven wil dat Emberock haar zeggenschapsrechten aanwendt om deze governance-afspraken alsnog te effectueren. De HY-bestuurder van Emberock weigert hieraan mee te werken. De OK oordeelt dat dit gegronde redenen oplevert om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Emberock, gelast een onderzoek en treft onmiddellijke voorzieningen. 19-03-2026
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch In eerste aanleg heeft een curator vier bestuurders aansprakelijk gesteld. Nadat de rechtbank deze vordering heeft afgewezen, stelt de curator hoger beroep in tegen twee bestuurders. Deze twee bestuurders kunnen de andere bestuurders niet pas in hoger beroep in vrijwaring oproepen, omdat aan de andere bestuurders daarmee een instantie zou worden ontnomen. 16-09-2025
Rechtbank
- Rechtbank Overijssel Een bv doet eigen aangifte van haar faillissement. De rechtbank overweegt dat de bv geen rechtens te respecteren belang heeft bij haar faillissement en niet te verwachten is dat een faillissement een positief gevolg zou hebben voor schuldeisers, terwijl een curator niet zit te wachten op het faillissement van een vennootschap met een negatieve boedel. Naar het oordeel van de rechtbank had de bv daarom het actief zelf te gelde moeten maken, de opbrengst volgens de wettelijke rangorde moeten verdelen onder de schuldeisers en daarna turboliquidatie moeten toepassen. De rechtbank wijst de eigen aangifte tot faillietverklaring daarom af. 06-05-2026
- Rechtbank Oost-Brabant Een vennootschap waarvan het faillissement is opgeheven bij gebrek aan baten, blijkt nog een klein perceel grond in eigendom te hebben. De voormalig curator verzoekt om heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c BW. De rechtbank overweegt dat dit niet nodig is. In plaats daarvan verklaart de rechtbank voor recht dat de vennootschap is blijven voortbestaan en benoemt zij de voormalig curator tot vereffenaar. 29-04-2026
- Rechtbank Limburg De curator stelt de (indirecte) bestuurders van een transportbedrijf aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. De rechtbank overweegt dat de administratieplicht is geschonden. Toch zijn de bestuurders niet aansprakelijk, omdat ze een andere belangrijke oorzaak van het faillissement aannemelijk hebben gemaakt. Ze hebben goed gemotiveerd dat de markt goede kansen leek te bieden bij de start van de onderneming, maar gaandeweg verslechterde door gestegen brandstofprijzen en personeelskosten, terwijl vaste prijsafspraken doorberekening verhinderden. Onvoorziene reparatiekosten en onbetaalde facturen deden de rest. Door de late aanlevering van (delen van) de administratie moeten de bestuurders wel delen in de proceskosten. 29-04-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuurders van een thuiszorgorganisatie die bij eerder tussenvonnis al wegens zorgdeclaratiefraude aansprakelijk werden geacht voor het faillissementstekort, krijgen - na het indienen van zienswijzen - ook een bestuursverbod opgelegd. Het feit dat de bestuurders feitelijk al in hun mogelijkheden tot besturen worden beknot door vermelding in het Extern Verwijzingsregister van financiële instellingen is geen reden om het bestuursverbod achterwege te laten of te verkorten. Met wenk. 22-04-2026
- Rechtbank Noord-Holland Een schuldeiser van een failliete bv richt een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht en inzage in de financiële administratie tegen de voormalig bestuurder. De rechtbank oordeelt dat het verzoek tegen de verkeerde partij is ingesteld, omdat een beheervennootschap staat ingeschreven als bewaarder van de administratie van de vennootschap en daarmee het aanspreekpunt is voor de administratie. Bovendien heeft de schuldeiser geen belang bij zijn verzoek, nu de curator reeds onderzoek heeft verricht in het faillissement en heeft geconcludeerd dat er geen onrechtmatigheden zijn geconstateerd. 12-03-2026
- Rechtbank Gelderland De rechtbank oordeelt dat de bestuurder van de gefailleerde vennootschap kennelijk onbehoorlijk bestuur heeft gevoerd door schending van de wettelijke administratie- en deponeringsplicht. Het wettelijke vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, wordt niet weerlegd. De directe en indirecte bestuurder worden daarom hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het volledige faillissementstekort. Daarnaast worden de rekening-courantschuld, een voorschot van € 500.000 en een bestuursverbod van vijf jaar toegewezen. 28-01-2026