Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2026
Uitspraken van 30 juni 2026 tot 17 juli 2026
Redactie: prof. mr. E.C.H.J. Lokin, mr. drs. K.H. Boonzaaijer en mr. E.H. Leemreis.

Geachte mevrouw/heer,

Bijgaand treft u een nieuwe OR Update aan.

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de rechtspraak die sinds de vorige nieuwsbrief op www.or-updates.nl is gepubliceerd.
Onderaan deze mail vindt u handige linkjes met weekoverzichten per instantie en kunt u de pdf met alle nieuw toegevoegde samenvattingen van ondernemingsrechtelijke uitspraken vanaf de website downloaden.

Wij lichten de volgende uitspraken hier voor u uit:

Hoge Raad 12 juni 2026, OR-2026-0108, Direct en indirect bestuurder van Financiële Participaties Amsterdam N.V./Bank Degroof Petercam N.V.
In dit arrest, dat is samengevat door Alissa Schulz, oordeelt de Hoge Raad dat het hof Amsterdam zijn oordeel over bestuurdersaansprakelijkheid onvoldoende heeft gemotiveerd. Het hof had geoordeeld dat de indirect bestuurder persoonlijk aansprakelijk was omdat hij onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van een belangrijke schuldeiser en deze onvoldoende heeft geïnformeerd tijdens de afwikkeling van de vennootschap. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende onderscheid heeft gemaakt tussen de verschillende vennootschappen en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst hij de zaak naar het hof Den Haag.

Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam 26 mei 2026, OR-2026-0121, Afwijzing uittredings- en enquêteverzoek. Uittredingsverzoek is geen algemeen uittreedrecht. Algemene overwegingen OK over samenloop enquête- en geschillenprocedure en voorzieningen in beide procedures. Met wenk
De OK wijst in deze beschikking, die is samengevat en voorzien van een wenk door Martien Bruintjes, het uittredingsverzoek en het enquêteverzoek van een minderheidsaandeelhouder en voormalig werknemer van een vennootschap af. Zij was niet verplicht tot de aandeelhoudersovereenkomst toe te treden en wist bij toetreding dat de grootaandeelhouder controlerende zeggenschap had. De grootaandeelhouder en de vennootschap hebben eenzijdig hun concurrentie- en relatiebedingen beperkt tot 26 met naam genoemde klanten. Die beperking leidt tot het oordeel dat de bedingen alleszins redelijk zijn, gezien het belang van de vennootschap om haar klantenbestand te beschermen. De OK splitst de samenhangende vorderingen over de resterende bedingen af naar de kantonrechter. De OK komt in de beschikking bovendien met een aantal relevante overwegingen in algemene zin over de samenloop van de enquête- en geschillenprocedure en de maatstaf van de onmiddellijke respectievelijk voorlopige voorzieningen in beide procedures. Zij overweegt onder meer dat voor zover een verzoeker, verweerder of belanghebbende in de geschillenprocedure de OK in staat wenst te stellen een andere voorziening te treffen dan die waarom is verzocht, het niet nodig is een specifiek daarop gericht enquêteverzoek te doen.

Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2026, OR-2026-0119, Uitstoting bij 50/50-patstelling: houding in conflict en personeelsdraagvlak zijn doorslaggevend. Met wenk.
Deze beschikking van de OK, die is samengevat door Corné Stukker, betreft een geschil in het kader van de wettelijke geschillenregeling (art. 2:336a BW), waarin twee 50%-aandeelhouders/bestuurders van een besloten vennootschap over en weer elkaars uitstoting vorderen. De kern van de beslissing is dat de OK, nadat partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt over de prijs en overige overdrachtsvoorwaarden, beslist wie moet vertrekken. De OK oordeelt dat aandeelhouder 1 haar aandelen moet overdragen aan aandeelhouder 2. Corné Stukker noteert in een wenk onder zijn samenvatting enkele belangrijke lessen voor de praktijk.

Gerechtshof Amsterdam 21 april 2026, OR-2026-0120, Afwijzing verbodenverklaring stichting
Deze zaak, die is samengevat door Mart Goudzwaard, betreft het hoger beroep van het OM tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek om een stichting op grond van artikel 2:20 BW verboden te verklaren en te ontbinden wegens eerdere facilitering van een criminele organisatie. Het hof oordeelt, evenals de rechtbank, dat het wettelijke vermoeden van strijd met de openbare orde is weerlegd en dat een verbod en ontbinding niet noodzakelijk zijn.

Onze zoekfunctie
Wist u dat OR Updates uit meer bestaat dan deze nieuwsbrief?
Onze website biedt u bijvoorbeeld de mogelijkheid om op doeltreffende wijze de database te doorzoeken, zodat u de voor u relevante uitspraken kunt vinden. Zo kunt u bijvoorbeeld zoeken op onderwerp, instantie of uitspraakdatum.

Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de ondernemingsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar or-updates@budh.nl. Wij stellen dat erg op prijs.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Karel Boonzaaijer, Evert Leemreis en Emmanuel Lokin
Hoofdredactie OR Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank