Update
Geachte mevrouw/heer,
Bijgaand treft u een nieuwe OR Update aan.
Rechtspraak
In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de rechtspraak die sinds de vorige nieuwsbrief op www.or-updates.nl is gepubliceerd.
Onderaan deze mail vindt u handige linkjes met weekoverzichten per instantie en kunt u de pdf met alle nieuw toegevoegde samenvattingen van ondernemingsrechtelijke uitspraken vanaf de website downloaden.
Onze zoekfunctie
Wist u dat OR Updates uit meer bestaat dan deze nieuwsbrief?
Onze website biedt u bijvoorbeeld de mogelijkheid om op doeltreffende wijze de database te doorzoeken, zodat u de voor u relevante uitspraken kunt vinden. Zo kunt u bijvoorbeeld zoeken op onderwerp, instantie of uitspraakdatum.
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de ondernemingsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar or-updates@budh.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Karel Boonzaaijer, Evert Leemreis en Emmanuel Lokin
Hoofdredactie OR Updates
Hof
- Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam OK; enquête. Drie aandeelhouders verliezen vanwege grensoverschrijdend gedrag het vertrouwen in de vierde aandeelhouder die tevens de functie van Chief Operations Officer vervult binnen de vennootschap. De drie aandeelhouders dienen bij de OK een verzoek tot uitstoting, een verzoek tot enquête en verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen in. De OK oordeelt dat er serieuze aanwijzingen zijn voor grensoverschrijdend gedrag van de aandeelhouder/COO, maar de OK acht zich onvoldoende geïnformeerd. Zodoende is nader onderzoek nodig. De OK wijst de vordering tot enquête toe, benoemt een onderzoeker, veroordeelt de vennootschap in de kosten voor de enquête en schorst de aandeelhouder als COO en lid van het Executive Team voor de duur van de procedure. De verdere behandeling van het uitstotingsverzoek wordt aangehouden. 12-02-2026
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch In dit tussenarrest beoordeelt het hof ’s-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant waarin twee bestuurders en een feitelijk beleidsbepaler hoofdelijk aansprakelijk zijn gehouden voor het boedeltekort in het faillissement van de door hen bestuurde stichting. Het hof wijst alle vorderingen van de curator af en vernietigt ook de uitspraken in de vrijwaringsprocedure. Centraal staat dat het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 2:138 lid 2 BW is ontzenuwd en er geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. 02-09-2025
Rechtbank
- Rechtbank Oost-Brabant Een bestuurder wordt op grond van artikel 2:248 BW aansprakelijk gehouden voor het tekort in het faillissement. De rechtbank Oost‑Brabant oordeelt dat gedaagde zijn taak als bestuurder van gefailleerde kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat deze taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. 18-03-2026
- Rechtbank Midden-Nederland Twee schuldeisers vragen het faillissement aan van een geturboliquideerde vennootschap. Ter discussie staat slechts of de vennootschap nog baten heeft. Dat aan de (overige) voorwaarden voor de faillietverklaring is voldaan, staat vast. De rechtbank overweegt dat de vennootschap verplicht was op grond van artikel 2:19b Fw stukken te deponeren bij de Kamer van Koophandel, maar dit niet heeft gedaan. Daarom neemt de rechtbank behoudens tegenbewijs aan dat de vennootschap baten heeft. Van het bestaan van baten blijkt ook uit de kolommenbalans, omdat betalingen gedaan zijn aan de bestuurder en de vennootschap van de vader van de bestuurder nadat duidelijk was dat er geen baten meer te verwachten waren. De curator kan deze betalingen mogelijk terugvorderen. De rechtbank spreekt het faillissement uit. 24-02-2026
- Rechtbank Midden-Nederland Een ontslagen bestuurder stelt in kort geding nooit formeel te zijn benoemd tot bestuurder en vordert doorbetaling van loon. De kantonrechter als voorzieningenrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat bestuurder formeel tot bestuurder is benoemd en dat er bij het ontslagbesluit van de algemene vergadering geen sprake lijkt te zijn van een schending van de hoorplicht en het recht om een raadgevende stem uit te brengen. Ook is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een onzorgvuldige besluitvorming. 20-02-2026
- Rechtbank Noord-Holland Een curator vordert uit hoofde van onverschuldigde betaling ruim € 222.000 terug van vennootschappen die worden gecontroleerd door een van de bestuurders van de failliete vennootschap. Omdat kennis van de bestuurder over de betalingen wordt toegerekend aan de vennootschappen onder diens controle, wordt kwade trouw aangenomen (art. 6:205 BW). 18-02-2026
- Rechtbank Noord-Holland De curator spreekt de bestuurder van failliet aan vanwege een nog openstaand rekening-courantsaldo en wegens onbehoorlijke taakvervulling (ex art. 2:248 BW). De rechtbank oordeelt dat de bestuurder zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. De administratie voldoet niet aan de wettelijke eisen en het is aannemelijk dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van het gehele boedeltekort en wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 234.000. De bestuurder heeft eveneens een rekening-courantschuld van € 636.331 aan de failliete vennootschap. De primaire vordering van de curator uit hoofde van een rekening‑courant wordt niet afzonderlijk beoordeeld. De vordering uit artikel 2:248 BW is voor de schuldeisers toereikend en voorkomt een 'vestzak‑broekzak‑situatie', nu de bestuurder ook enig aandeelhouder is. 14-01-2026
- Rechtbank Limburg Een bestuurder wordt door een curator aangesproken tot betaling van het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW wegens schending van de deponeringsplicht. Om het vermoeden te weerleggen dat het faillissement is veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur, stelt de bestuurder dat het faillissement is veroorzaakt door ‘simpele marktomstandigheden en pure pech’. De rechtbank oordeelt dat het vermoeden niet concreet en onderbouwd is weerlegd. De bestuurder is ook niet op de zitting verschenen om zijn standpunten toe te lichten. De rechtbank houdt de bestuurder daarom aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. Met wenk. 24-12-2025