Update
Geachte mevrouw/heer,
Bijgaand treft u een nieuwe OR Update aan.
Rechtspraak
In deze nieuwsbrief vindt u een overzicht van de rechtspraak die sinds de vorige nieuwsbrief op www.or-updates.nl is gepubliceerd.
Onderaan deze mail vindt u handige linkjes met weekoverzichten per instantie en kunt u de pdf met alle nieuw toegevoegde samenvattingen van ondernemingsrechtelijke uitspraken vanaf de website downloaden.
Wij lichten de volgende uitspraken hier voor u uit:
Hoge Raad 13 maart 2026, OR-2026-0054, Minderheidsaandeelhouder/ICTS International B.V. c.s.
In deze beschikking, samengevat door Alissa Schulz, verwerpt de Hoge Raad de cassatieklachten tegen de beschikking van de OK waarin is vastgesteld dat geen sprake was van wanbeleid bij een houdstermaatschappij. In de enquêteprocedure zijn gebreken geconstateerd bij een aandelenuitgifte en een conversiebesluit. Omdat de vennootschap stappen heeft gezet om de nadelige gevolgen voor minderheidsaandeelhouders weg te nemen en niet is gebleken van enige resterende of dreigende schade bij de vennootschap of haar minderheidsaandeelhouders, heeft de OK het handelen gekwalificeerd als onjuist beleid maar niet als wanbeleid en zijn de verzoeken afgewezen. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de OK niet verplicht is wanbeleid vast te stellen bij ernstige formele en materiële gebreken en dat de OK daarvan kan afzien indien een rechtens te respecteren belang ontbreekt. De OK mag daarbij betekenis toekennen aan relevante belangen en (ook later) genomen maatregelen.
Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2026, OR-2026-0064, Uittreding bij ITC-onderneming en (opheffing) conservatoire beslagen
Mike van de Graaf schreef een samenvatting van twee verknochte zaken die zien op een door een aandeelhouder gestarte uittredingsprocedure. In het kader van de uittreding heeft een aandeelhouder conservatoire beslagen gelegd en in kort geding heeft de vennootschap opheffing of beperking gevorderd van deze beslagen. Het hof overweegt dat zonder waardebepaling van de aandelen niet geoordeeld kan worden of artikel 2:207 lid 2 BW aan toewijzing van de uittredingsvordering in de weg staat. Verder is het hof niet gebleken dat het door de aandeelhouder ingeroepen recht ondeugdelijk is of de door haar gelegde beslagen onnodig zijn en overweegt het hof dat de aandeelhouder er alle belang bij heeft om de beslagen te handhaven. In de uittredingsprocedure zelf komt het hof, dat zich als meervoudige burgerlijke kamer ook in dit hoger beroep bevoegd acht, tot de conclusie dat de vordering (vooralsnog) kan worden toegewezen, onder meer omdat gebleken is dat het aan de aandeelhouder toekomende informatie-, agenderings- en stemrecht niet gerespecteerd is en ook omdat partijen van mening zijn dat er een einde aan de bestaande situatie moet worden gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2026, OR-2026-0059, Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur bij voortzetten verlieslatende onderneming
De rechtbank had de vordering van een curator op grond van artikel 2:248 BW toegewezen, maar in deze door Danique Detisch samengevatte beschikking vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af. Voortzetting van een verlieslatende onderneming levert geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op, omdat de bestuurder maatregelen nam om het tij te keren. Zo had de bestuurder het pand waarin een speelparadijs werd geëxploiteerd deels (met een privélening en eigen inspanningen) verbouwd tot een wereldrestaurant. Ook heeft hij geprobeerd de onderneming te verkopen. De coronacrisis heeft echter verhinderd dat de inspanningen beloond werden. Het hof overweegt daarnaast dat de verweten gedragingen in de referteperiode bovendien geen belangrijke oorzaak zijn van het faillissement, omdat de vennootschap al ruim daarvoor in zwaar weer verkeerde.
Onze zoekfunctie
Wist u dat OR Updates uit meer bestaat dan deze nieuwsbrief?
Onze website biedt u bijvoorbeeld de mogelijkheid om op doeltreffende wijze de database te doorzoeken, zodat u de voor u relevante uitspraken kunt vinden. Zo kunt u bijvoorbeeld zoeken op onderwerp, instantie of uitspraakdatum.
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de ondernemingsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar or-updates@budh.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Met vriendelijke groet,
Karel Boonzaaijer, Evert Leemreis en Emmanuel Lokin
Hoofdredactie OR Updates
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft uitspraak gedaan in een kort geding over de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring van vonnissen inzake bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. In de bodemprocedure waren de (indirect) bestuurders op grond van artikel 2:248 BW hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort, met betaling van een voorschot van € 2.000.000 op het faillissementstekort. Het hof schort de uitvoerbaarheid bij voorraad van de vonnissen niet op, en staat verdere executie door de curator toe. 07-04-2026
- Gerechtshof Amsterdam Werknemer, tevens bestuurder van werkgever, is vennootschapsrechtelijk en daarmee arbeidsrechtelijk ontslagen. Het hof is van oordeel dat aan het gegeven ontslag geen redelijke opzeggrond ten grondslag ligt en dat niet aan het herplaatsingsvereiste is voldaan. Daarnaast is het ontslag het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. De ontslagen bestuurder stelt de vergoedingen vast op meer dan een miljoen euro. 31-03-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De rechtbank had de vordering van een curator op grond van artikel 2:248 BW toegewezen, maar het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af. Voortzetting van een verlieslatende onderneming levert geen kennelijk onbehoorlijk bestuur op, omdat de bestuurder maatregelen nam om het tij te keren. Zo had de bestuurder het pand waarin een speelparadijs werd geëxploiteerd deels (met een privélening en eigen inspanningen) verbouwd tot een wereldrestaurant. Ook heeft hij geprobeerd de onderneming te verkopen. De coronacrisis heeft echter verhinderd dat de inspanningen beloond werden. Het hof overweegt daarnaast dat de verweten gedragingen in de referteperiode bovendien geen belangrijke oorzaak zijn van het faillissement, omdat de vennootschap al ruim daarvoor in zwaar weer verkeerde. 24-03-2026
- Gerechtshof Amsterdam Naar het oordeel van het hof is summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van de aanvrager, nu de schuldenaar, een natuurlijke persoon, zich heeft verbonden voor een schuld van een door hem bestuurde vennootschap. Daarnaast blijven andere schulden onbetaald, waaronder een schuld aan het Ministerie van SZW en een schuld aan de curator wegens bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW in het faillissement van de vennootschap waarvan de schuldenaar bestuurder was. Omdat de schulden niet betaald kunnen worden, laat het hof het faillissement in stand. 17-02-2026
- Gerechtshof Amsterdam Deze verknochte zaken zien op een door een aandeelhouder gestarte uittredingsprocedure. In het kader van de uittreding heeft een aandeelhouder conservatoire beslagen gelegd en in kort geding heeft de vennootschap opheffing of beperking gevorderd van deze beslagen. Het hof overweegt dat zonder waardebepaling van de aandelen niet geoordeeld kan worden of artikel 2:207 lid 2 BW aan toewijzing van de uittredingsvordering in de weg staat. Verder is het hof niet gebleken dat het door de aandeelhouder ingeroepen recht ondeugdelijk is of de door haar gelegde beslagen onnodig zijn en overweegt het hof dat de aandeelhouder er alle belang bij heeft om de beslagen te handhaven. In de uittredingsprocedure zelf komt het hof, dat zich als meervoudige burgerlijke kamer ook in dit hoger beroep bevoegd acht, tot de conclusie dat de vordering (vooralsnog) kan worden toegewezen, onder meer omdat gebleken is dat het aan de aandeelhouder toekomende informatie-, agenderings- en stemrecht niet gerespecteerd is en ook omdat partijen van mening zijn dat er een einde aan de bestaande situatie moet worden gemaakt. 27-01-2026
- Gerechtshof Amsterdam Deze verknochte zaken zien op een door een aandeelhouder gestarte uittredingsprocedure. In het kader van de uittreding heeft een aandeelhouder conservatoire beslagen gelegd en in kort geding heeft de vennootschap opheffing of beperking gevorderd van deze beslagen. Het hof overweegt dat zonder waardebepaling van de aandelen niet geoordeeld kan worden of artikel 2:207 lid 2 BW aan toewijzing van de uittredingsvordering in de weg staat. Verder is het hof niet gebleken dat het door de aandeelhouder ingeroepen recht ondeugdelijk is of de door haar gelegde beslagen onnodig zijn en overweegt het hof dat de aandeelhouder er alle belang bij heeft om de beslagen te handhaven. In de uittredingsprocedure zelf komt het hof, dat zich als meervoudige burgerlijke kamer ook in dit hoger beroep bevoegd acht, tot de conclusie dat de vordering (vooralsnog) kan worden toegewezen, onder meer omdat gebleken is dat het aan de aandeelhouder toekomende informatie-, agenderings- en stemrecht niet gerespecteerd is en ook omdat partijen van mening zijn dat er een einde aan de bestaande situatie moet worden gemaakt. 27-01-2026
Rechtbank
- Rechtbank Gelderland In deze zaak wordt de arbeidsovereenkomst tussen een stichting en diens statutair bestuurder ontbonden, nadat eerder al het rechtspersoonsrechtelijke ontslag werd verleend. De statutair bestuurder heeft verwijtbaar gehandeld. Dit gedrag wordt echter niet als ernstig verwijtbaar gekwalificeerd. Ook de stichting heeft verwijtbaar gehandeld door in het proces voorafgaand aan het ontslag van de bestuurder onzorgvuldig te handelen. Ook dit gedrag kan niet als ernstig verwijtbaar worden gekwalificeerd. Aan de statutair bestuurder wordt de wettelijke transitievergoeding toegekend. 09-04-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant De rechtbank Zeeland‑West‑Brabant oordeelt dat het bestuur en de feitelijk beleidsbepaler van een vennootschap kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd, dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is en dat zij daarom aansprakelijk zijn voor het boedeltekort. De rechtbank legt daarnaast een bestuursverbod op voor de (maximale) duur van vijf jaar. 18-03-2026