Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

4.681 resultaten

Rechtspraak

OR 2025-0207

Bestuurder en minderheidsaandeelhouder van Glycocheck B.V./Meerderheidsaandeelhouder Knowledge Transfer Funds B.V.

Deze zaak betreft een kort geding over de vraag of de tussen partijen geldende afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst niet van toepassing zijn, omdat dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Een meerderheidsaandeelhouder verzoekt de bestuurders een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen. Als agendapunten worden opgegeven het ontslag van beide bestuurders als bestuurders van de vennootschap en de benoeming van de meerderheidsaandeelhouder als nieuwe bestuurder van de vennootschap op basis van de statutaire bepaling dat voor benoeming en ontslag van een bestuurder een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen nodig is. Een van de bestuurders betoogt in kort geding voor de voorzieningenrechter in de rechtbank Limburg dat de besluitvorming dient te geschieden volgens de afspraak in de aandeelhoudersovereenkomst dat voor benoeming en ontslag een meerderheid van 90% van de geldig uitgebrachte stemmen benodigd is. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af op basis van de bijzondere omstandigheid dat de betreffende aandeelhoudersovereenkomst is aangegaan voor een situatie die zich nooit heeft verwezenlijkt, omdat enkele partijen bij de aandeelhoudersovereenkomst nooit aandeelhouder van de vennootschap zijn geworden.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 02-09-2025

Rechtspraak

OR 2025-0198

Ontslag bestuurder stichting Quba c.s.

Een bestuurslid van twee stichtingen wordt tijdens een bestuursvergadering ontslagen. De bestuurder vecht het besluit aan en stelt dat het ontslagbesluit nietig is wegens het ontbreken van zijn aanwezigheid bij de besluitvorming. In eerste aanleg oordeelt de rechtbank dat de besluitvorming inderdaad gebreken bevat en de besluiten daarom niet rechtsgeldig zijn genomen. Toch wordt de vordering van de bestuurder tot verklaring van recht afgewezen, omdat de bestuurder later alsnog in een, deze keer volgens de regels georganiseerde, bestuursvergadering zou worden ontslagen. De vordering tot verklaring van recht dat het bestuursbesluit nietig is, wordt in eerste aanleg dan ook afgewezen wegens een gebrek aan belang (art. 3:303 BW). De bestuurder stelt hoger beroep in. In een tussenvonnis stelt het hof middels een bewijsopdracht beide stichtingen in de gelegenheid om hun stelling dat de bestuurder wel degelijk bij het ontslagbesluit aanwezig was nader te onderbouwen. De in dat verband opgeroepen getuigen verklaarden alle drie dat de bestuurder wel bij het ontslagbesluit aanwezig was. Tegen deze achtergrond komt het hof in deze einduitspraak tot de conclusie dat op de betreffende datum een rechtsgeldig besluit is genomen tot het, met onmiddellijke ingang, ontslaan van de bestuurder als bestuurslid van beide stichtingen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10-06-2025