Curator/bestuurders
De curator stelt de (indirect) bestuurders en een gelieerde vennootschap (als feitelijk leidinggevende) ex artikel 2:248 BW hoofdelijk aansprakelijk voor het faillissementstekort. De curator baseert die vordering met name op een termijnoverschrijding in verband met de publicatieplicht (art. 2:394 BW). Deze stelling faalt, omdat de bestuurders voor de te late openbaarmaking van de jaarrekening een aanvaardbare verklaring hebben gegeven (er diende namelijk nog een vordering te worden gewaardeerd en tevens waren de voorraden niet opgemaakt). Er is, met andere woorden, aldus het hof sprake van een onbelangrijk verzuim. Ook de op onrechtmatige daad gegronde vordering, waarbij de curator stelt dat sprake was van een bijzondere zorgplicht (Comsys/Van den Ent q.q.), wordt afgewezen. Hoewel sprake was van sterke verwevenheid tussen gefailleerde en de gelieerde vennootschap, doet zich aldus het hof een andere situatie voor dan in het aangehaalde arrest.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-01-2015