Enquête Steenfabriek De Rijwaard - tweedefasebeschikking OK na cassatie en verwijzing
Een langlopend conflict bij een familiebedrijf leidt tot diverse procedures, onder meer bij de OK. Een van de onderwerpen die aan de orde komt, is de wijze waarop de governance is ingericht. De verzoekers stellen zich op het standpunt dat sprake is van wanbeleid doordat de bestuurders van het familiebedrijf weigeren met hen over een wijziging van de governance te spreken en omdat de huidige vormgeving van de governance onvoldoende checks & balances bevat wegens de aanwezigheid van dubbelfuncties. In een eerdere
tweedefasebeschikking oordeelde de OK dat het niet in gesprek willen gaan over een wijziging van de governance-structuur niet maakt dat sprake is van wanbeleid. Op het punt van de dubbelfuncties ging de OK (vrijwel) niet in. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat dit ten onrechte niet is gebeurd. Naar het oordeel van de Hoge Raad hebben de verzoekers aan hun stelling dat sprake is van wanbeleid ook ten grondslag gelegd dat de governance tekortschiet wegens een gebrek aan voldoende checks & balances. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft de OK met haar oordeel onvoldoende op dit betoog gerespondeerd. Na cassatie en verwijzing komt de OK in de onderhavige beschikking tot het oordeel dat (i) het handhaven van een situatie waarin meer dan de helft van de STAK-bestuurders een dubbelfunctie vervult weliswaar kan worden gekwalificeerd als een onbevredigende gang van zaken, maar dat een oordeel wanbeleid of onjuist beleid op dit punt te ver gaat en (ii) de redelijkheid en billijkheid, vanwege de gekozen governance, een verhoogde zorgvuldigheidsplicht jegens de certificaathouders met zich brengt.
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27-06-2025