Bestuurders Dudok Groep/De Bruijn q.q.
In het faillissement van Dudok Groep stelt de curator de (feitelijke en statutaire) bestuurders aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof laat de beslissing van de rechtbank niet in stand. Weliswaar is de deponeringsplicht van artikel 2:394 BW geschonden en is een andere belangrijke oorzaak van het faillissement niet aannemelijk gemaakt, maar het hof overweegt dat schuldeisers niet zijn benadeeld. Alle schuldeisers zijn betaald of kunnen zich, vanwege borgstellingen van de bestuurders of aansprakelijkheid van andere vennootschappen binnen de fiscale eenheid, op derden verhalen. De curator heeft ten onrechte geen gedegen onderzoek gedaan naar in het faillissement ingediende vorderingen en nagelaten met de bestuurders in overleg te treden over een oplossing. Vanwege de geringe aard en ernst van de onbehoorlijke taakvervulling en de wijze waarop het faillissement is afgewikkeld, matigt het hof het bedrag waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn tot nihil.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 14-04-2026