Uittreding bij ITC-onderneming en (opheffing) conservatoire beslagen
Deze verknochte zaken zien op een door een aandeelhouder gestarte uittredingsprocedure. In het kader van de uittreding heeft een aandeelhouder conservatoire beslagen gelegd en in kort geding heeft de vennootschap opheffing of beperking gevorderd van deze beslagen. Het hof overweegt dat zonder waardebepaling van de aandelen niet geoordeeld kan worden of artikel 2:207 lid 2 BW aan toewijzing van de uittredingsvordering in de weg staat. Verder is het hof niet gebleken dat het door de aandeelhouder ingeroepen recht ondeugdelijk is of de door haar gelegde beslagen onnodig zijn en overweegt het hof dat de aandeelhouder er alle belang bij heeft om de beslagen te handhaven. In de uittredingsprocedure zelf komt het hof, dat zich als meervoudige burgerlijke kamer ook in dit hoger beroep bevoegd acht, tot de conclusie dat de vordering (vooralsnog) kan worden toegewezen, onder meer omdat gebleken is dat het aan de aandeelhouder toekomende informatie-, agenderings- en stemrecht niet gerespecteerd is en ook omdat partijen van mening zijn dat er een einde aan de bestaande situatie moet worden gemaakt.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27-01-2026