Roeffen q.q./X
Het hof acht de bestuurder aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW, nu de schending van de publicatieplicht vaststaat en geen sprake is van een onbelangrijk verzuim. De bestuurder kan het vermoeden niet weerleggen, omdat hij er niet in slaagt andere belangrijke oorzaken van het faillissement aannemelijk te maken. Ook de onttrekking van gelden aan de vennootschap voor privédoeleinden levert onbehoorlijk bestuur op.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 04-02-2020