Lexin
Bestuurdersaansprakelijkheid. De curator spreekt de (indirect) bestuurder van vier failliete vennootschappen aan op grond van artikel 2:248 BW. De curator heeft gemotiveerd gesteld dat over bepaalde perioden in het geheel geen administratie is bijgehouden voor de vier vennootschappen. In reactie hierop heeft de bestuurder aangevoerd dat de ontoereikende administratie het gevolg is geweest van het tekortschieten van enkele medewerkers van de vennootschappen en met name van de CFO. Volgens het hof kan deze stelling de bestuurder niet baten, omdat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de administratie te allen tijde berust bij de bestuurder. Ten slotte, met de (niet nader onderbouwde) stelling dat de faillissementen zijn veroorzaakt door een afname van de vraag naar de producten, heeft de bestuurder – aldus het hof – niet aannemelijk gemaakt dat een andere oorzaak dan de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van de faillissementen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19-01-2016