Upper Brook Companies, LIA/Palint
De rechtbank wijst het verzoek ex artikel 2:298 BW tot ontslag van de bestuurders van stichting Palint en het treffen van voorlopige voorzieningen af. De rechtbank overweegt dat dergelijke maatregelen slechts dan kunnen en mogen worden toegepast wanneer over de ontoelaatbaarheid van de gewraakte gedragingen van de bestuurder(s) redelijkerwijs geen verschil van mening mag bestaan. Gezien de onduidelijkheid over de bevoegdheid van de diverse facties die zeggenschap binnen LIA claimen en de rechtsgeldigheid van de door die facties genomen besluiten tot ontslag en benoeming van bestuurders van de Upper Brook Companies, kan niet met vrucht worden geoordeeld dat het handelen van de bestuurders van Palint zonder meer strijdig is met de belangen van de investeerders en dus met de statuten van Palint. Nu evenmin is gebleken dat het gewraakte handelen van de bestuurders van Palint evident strijdig is met de wet en/of wanbeheer oplevert, bestaat ook geen, althans niet voldoende, grond voor de door de Upper Brook Companies en LIA verzochte schorsing en ontslag van de bestuurders van Palint, noch voor het treffen van de verzochte voorlopige voorzieningen.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13-05-2015