Helion Chemie/Invent Business Software
Gelet op de maatstaf aangelegd in Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen) valt aan bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt te maken van het na ontbinding van de vennootschap achterwege laten van vereffening met als gevolg dat de vennootschap ophoudt te bestaan, indien zij wisten of redelijkerwijze hadden behoren te weten dat deze, anders dan zij aan de Kamer van Koophandel opgaven, wel baten had. Bestuurders bewerkstelligen dan door hun opgave dat de vennootschap zonder vereffening ophoudt te bestaan en de schuldeiser vervolgens zijn vordering niet daarop kan verhalen, al of niet na een faillissementsaanvraag. Zij overschrijden alsdan de in acht te nemen zorgvuldigheid c.q. veronachtzamen alsdan ten onrechte de belangen van de schuldeiser van de vennootschap. Dat die schuldeiser via een verzoek om (her)opening van de vereffening zou kunnen verzoeken of het faillissement van de vennootschap zou kunnen aanvragen, leidt er in dat geval niet toe dat het causaal verband tussen het achterwege laten van vereffening en het onverhaalbaar zijn van de vordering van de schuldeiser in zodanig verwijderd verband met elkaar staan, dat dit niet als een gevolg van dat handelen (nalaten) aan de bestuurders kan worden toegerekend.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 11-02-2015