VEB NCVB/Deloitte c.s.
In de onderhavige uitspraak stelt de rechtbank de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing de volgende rechtsvraag: kan een rechtspersoon in de zin van artikel 3:305a lid 1 BW, uit hoofde van zijn aan dit artikel ontleende bevoegdheid, op de voet van artikel 3:317 lid 1 BW de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier gelijksoortige belangen hij ingevolge zijn statuten behartigt, strekkend tot nakoming van verbintenissen tot schadevergoeding te voldoen in geld?
Rechtbank Amsterdam, 18-09-2013